» ZIEKTE VAN CUSHING

Facebook

Instagram

youTube

ZIEKTE VAN CUSHING

ZIEKTE VAN CUSHING of HYPERADRENOCORTICISME

WIST U DAT:

Hyperadrenocorticisme of syndroom van Cushing ontwikkelt zich bij een chronisch teveel aan glucocorticoïden (cortisone en cortisol), een groep steroïdhormonen die het organisme op natuurlijke wijze aanmaakt. Het is één van de meest voorkomende aandoeningen bij honden en wordt gediagnosticeerd bij gemiddeld 1 % van de honden. Het komt zelden voor bij katten.

In de hypofyse (een kleine klier in de hersenen) wordt normaal het hormoon adrenocorticotrofine (ACTH) aangemaakt om de bijnieren (klieren dicht bij de nieren) te stimuleren om glucocorticoïden te produceren. Deze hormonen vervullen vele belangrijke functies binnen de stofwisseling. Ze werken ontstekingsremmend, zijn anti-allergisch en pijnstillend, verlagen immunologische reacties, verhogen de koolhydraat-, eiwit- en vetstofwisseling, onder andere.

OORSPRONG

Ziekte van cushing (Hyperadrenocorticisme) kan zich voordoen in drie gevallen:

  • Als een tumor in de hypofyse te veel ACTH produceert (hypofyse-afhankelijk hyperadrenocorticisme) ;
  • Als een tumor in de bijnier zelf te veel glucocorticoïden produceert (bijnier-afhankelijk hyperadrenocorticisme) ;
  • Als een hond een te grote hoeveelheid exogene glucocorticoïden binnenkrijgt ten gevolge van het innemen van medicatie (iatrogeen hyperadrenocorticisme).

Deze ziekte wordt vaak gediagnosticeerd vanaf de leeftijd van 6 jaar, maar werd ook al beschreven bij jongere honden. Eventuele aanleg voor de ziekte wordt niet beïnvloed door het geslacht. Alle hondenrassen kunnen de ziekte krijgen, maar sommige hebben duidelijk meer aanleg, zoals poedels, teckels, rassen van het type Terriër, Duitse herders, beagles, labrador retrievers en boxers.

Hypofyse-afhankelijk hyperadrenocorticisme komt vaker voor bij kleinere hondenrassen (<20kg).

KLINISCHE VERSCHIJNSELEN

Het teveel aan glucocorticoïden die in de bloedstroom terechtkomen, hebben een nadelig effect op het metabolisme en op de werking van meerdere organen. De daaruit voortvloeiende symptomen kunnen de levenskwaliteit van de hond aanzienlijk beïnvloeden en het dier mogelijk in gevaar brengen.

De ziekte ontwikkelt zich langzaam verder. De meest vastgestelde symptomen zijn de volgende: polyurie-polydipsie (plast en drinkt vaker), polyfagie (verhoogde eetlust), opgezette of hangende buik, vachtverlies (vaak tweezijdig symmetrisch in de flanken), dunne huid, zwakte. De hond is kalmer en minder levendig dan gewoonlijk en hij ademt sneller en oppervlakkiger.

Andere minder voorkomende symptomen kunnen zich voordoen als de tumor de omliggende weefsels platdrukt of aanvalt. Bijvoorbeeld, in het geval van hypofyse-afhankelijk hyperadrenocorticisme, wanneer de tumor groter wordt, kan deze de hersenen beschadigen en kunnen er neurologische symptomen optreden zoals apathie, verbijstering, verminderde eetlust, rondjes lopen, doelloos rondlopen, evenwichtsverlies en gedragsstoornissen.

Andere complicaties kunnen optreden zoals de ontwikkeling van suikerdiabetes, vaak terugkomende ontstekingen aan de urinewegen en een verhoogde bloeddruk. Een trombo-embolie in de longen (bloedklonters die de bloedvaten in de longen verstoppen) is een zeldzame, maar zeer verontrustende complicatie. Het dier krijgt te maken met plotseling optredende kortademigheid en moet snel naar een dierenarts worden gebracht.

DIAGNOSE

Het is vaak een combinatie van meerdere elementen die de diagnose van cushing toelaat. De hierboven beschreven klinische verschijnselen zijn een eerste fase, die in de richting van de ziekte doen denken. Bepaalde specifieke anomalieën in het bloedonderzoek kunnen het klinische vermoeden bevestigen.

Pour obtenir un diagnostic de certitude, un test sanguin dynamique, qui dure 1 heure à 8 heures, doit être réalisé. Il s’agit d’injecter au chien une hormone (de l’ACTH ou des glucocorticoïdes) et de vérifier comment le métabolisme hormonal réagit. On associe à ce test des examens d’imagerie médicale (échographie, scanner, IRM) pour déterminer précisément le type d’hyperadrénocorticisme. Il est important de savoir de quel type il s’agit parce que les options thérapeutiques ne sont pas les mêmes.

BEHANDELING EN PROGNOSE

  • In geval van bijnier-afhankelijk hyperadrenocorticisme kan ofwel, de aangetaste bijnier worden weggenomen, of kunnen geneesmiddelen worden toegediend, indien chirurgie geen optie is. Als de tumor in de bijnier goedaardig is en wordt weggenomen, is de prognose zeer goed. Als de tumor in de bijnier kwaadaardig is, zal de prognose voorzichtiger zijn ;
  • In geval van hypofyse-afhankelijk hyperadrenocorticisme wordt een geneesmiddel toegediend, dat zorgt voor een verminderde productie van glucocorticoïden, met meestal een gunstige prognose. Het wegnemen van de tumor in de hypofyse wordt eveneens beschreven, maar het is een complexe operatie die zelden wordt uitgevoerd;;
  • In geval van iatrogeen hyperadrenocorticisme, moet het geneesmiddel dat glucocorticoïden bevat, niet meer worden toegediend. Een volledig herstel is dan mogelijk.

 

Dokter Emilie Vangrinsven
Diplomaat van European College of Veterinaire Interne Geneeskunde | PhD U-Liège
Assistente aan de Universiteit van Luik in de huisdierenkliniek | Auteur en coauteur van talrijke wetenschappelijke artikelen.

Betrokken Miloa producten: